Onderbouw

 

We hebben met elkaar afgesproken dat we samen spelen, dat we elkaar helpen, en dat we naar elkaar luisteren. Vaak praten we aan het eind van de dag even over hoe het die dag is gegaan. Wie vond het een mooie dag? Wat is er goed gegaan? Is er ook iets gebeurd wat we niet zo leuk vonden? Hoe kunnen we dat anders doen? Samen doen we ons best om het heel gezellig te maken bij ons in de groep.

 

Ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO)

In de onderbouw (groep 1,2 en 3) wordt er gewerkt volgens de principes van OGO. In deze groepen wordt over hetzelfde thema gewerkt. In de andere groepen proberen we OGO toe te passen tijdens de projectweken. Hieronder proberen we te beschrijven wat dat OGO inhoudt.

 

Doel OGO

Het zoveel mogelijk aansluiten bij de belangstelling en de ontwikkeling van het individuele kind. Dit willen we bereiken door het aanbieden van een rijke leeromgeving.

 

Inhoud OGO

OGO gaat uit van de cirkel van de basisontwikkeling. Het kind kan zich pas goed ontwikkelen, wanneer het emotioneel vrij is, zelfvertrouwen heeft en nieuwsgierig is. Dit zijn de drie basisvoorwaarden. Twee keer per jaar werken we vanaf groep 1-8 aan een schoolbreed thema. Dit doen we dan op grond van de OGO principes.

 

Principes van OGO:

- OGO is er altijd op uit de mogelijkheden waarover kinderen al beschikken, systematisch uit te breiden.

- Kinderen hebben eigen ontwikkelingskrachten, zijn tegelijk ook afhankelijk van de invloeden van de omgeving (dus ook van de volwassenen).

- Kinderen verschillen onderling in ontwikkelingsmogelijkheden, ontwikkelingstempo en de behoefte aan ondersteuning bij ontwikkeling en leren.

- Ontwikkeling en leren vindt plaats op basis van activiteiten en inhouden die voor kinderen persoonlijk zinvol zijn en betekenis hebben of kunnen krijgen.

- Ontwikkeling is sociaal – cultureel bepaald: kinderen leren door deelname aan de sociaal culturele wereld.

- Ontwikkeling en leren worden bevorderd als leerkrachten zich opstellen als partner van kinderen en die elementen van activiteiten voor hun rekening nemen die het kind nog niet zelfstandig kan.

- Ontwikkeling en leren veronderstellen altijd interactie en communicatie: daarom zijn sociale en communicatieve situaties noodzakelijk.

- In de dagelijkse situatie betekent dat, dat de activiteiten betekenis voor de kinderen moeten hebben, dat er betrokkenheid is op deze activiteiten, dat er een bedoeling is en dat de leerkracht een bemiddelende rol hierin heeft.

Om onze leerlingen goed te kunnen volgen tijdens hun ontwikkeling, volgen we ze met het observatiesysteem van KIJK!

Met dit instrument kijken we of we de doelen hebben bereikt en stemmen we vervolgens ons onderwijsaanbod weer af.